Geert Vancoillie
• De eerste vertalingen van Latijn naar Nederlands: van glossen tot ‘hebban olla vogala’
Leestijd: 6 min
•
19/12/2025
Blog details pagina
Veel mensen geloven dat de beroemde zin hebban olla vogala nestas hagunnan uit de 11de eeuw de oudst gekende zin is in het Nederlands, maar dat klopt niet helemaal. Hoewel deze zin iconisch is in de geschiedenis van onze Nederlandse taal, gaat het verhaal van de eerste Nederlandse vertalingen nog verder terug. In dit artikel gaan we terug naar de oorsprong van het vertalen van het Latijn naar het Nederlands, en ontdekken we hoe zogenaamde glossen de eerste brug vormden tussen de volkstaal en het Latijn.
1. Waarom "hebban olla vogala" niet de oudste Nederlandse zin is.
Alhoewel "hebban olla vogala" uit ca. 1083 de oudst bewaarde zelfstandige literaire tekst én de bekendste is, is deze niet de oudste Oudnederlandse zin. Over deze zin, die werd geschreven door een West-Vlaamse monnik in Engeland, kan je meer over lezen in deze blogpost (link). De oudst gekende Nederlandse zin dateert namelijk van veel vroeger: het komt uit de 8ste eeuw en is te vinden in de Malbergse Glossen. Sinds 2005 is het opgenomen in het Oudnederlands woordenboek als ‘oudste Nederlandse zin’.
2. Wat zijn glossen en waarom zijn ze belangrijk?
Vooraleer de eerste literaire vertalingen van het Latijn naar het Nederlands of Frans werden gemaakt, waren de enige ‘vertalingen’ die er te vinden waren ‘glossen’. Dit zijn korte aantekeningen die in de marge van Latijnse teksten werden geschreven.
De glossen zorgden ervoor dat lezers die het Latijn niet perfect beheersten, waaronder ook studenten Latijn, de tekst toch konden begrijpen.(1) Bij de Malbergse glossen was dit nóg meer van belang, want zo kon de burger zonder Latijnse kennis ook de wet lezen. Deze glossen kunnen dan ook worden beschouwd als de eerste functionele vertalingen van Latijn naar het Nederlands.
3. De Malbergse glossen en de oudste Nederlandse zin
De oudste bekende Nederlandse zin vinden we terug in de Malbergse glossen. Dit waren aantekeningen bij de Latijnse wetbundel Lex Salica (Salische Wet) uit de 6de eeuw. Het Oudnederlandse zinnetje luidt “maltho thi afrio litho”, en betekent “ik zeg je: ik maak je vrij, halfvrije”.
Deze woorden moesten uitgesproken worden om een laat te bevrijden. Een laat was een boer die aan zijn heer gebonden was, en door deze uitspraak werd hij officieel bevrijd.
4. Hoe glossen bijdroegen aan taalverspreiding en vertalen.
Glossen zijn dus cruciaal geweest in het verspreiden van kennis die in Latijnse teksten stond. In die zin waren glossen voorlopers van het professionele vertaalwerk zoals we dat vandaag kennen: een tussenstap tussen de ene (ongekende) taal en de andere (gekende).
De evolutie van glossen naar echte vertalingen legt ook de basis voor het belang van beëdigde vertalingen van bedrijfsdocumenten, statuten, contracten en akten. Correcte, juridisch sluitende vertalingen zijn essentieel. Daarom zijn beëdigde vertalers in Vlaanderen officieel erkend en weten ze precies een tekst met al zijn nuances in een vreemde taal om te zetten naar het Nederlands.
5. Van glossen naar literaire vertaling: "hebban olla vogala"
Met de opkomst van kloostercultuur en geletterdheid ontstond er meer ruimte voor literaire teksten in de volkstaal. En zo komt hebban olla vogala nestas hagunnan aan bod: een kort liefdesversje dat opgeschreven werd als pennenproef voor een manuscript. Alhoewel deze zin niet de oudste Nederlandse zin is, markeert hij wel het begin van de Nederlandstalige literatuur.
Voetnoten & literatuurlijst
(1) Schoenaers, Dirk. “Tot 1550: Advocaten van de volkstaal” in Schoenaers, Dirk et al. (red.), Vertalen in de Nederlanden: een cultuurgeschiedenis, Boom Uitgevers Amsterdam, 2021, p. 16, https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/. Een zeer interessante studie over de geschiedenis van de vertaalkunde vanaf de jaren 500 tem de 16de eeuw.
Literatuurlijst
Noë, Raymond en Aukema, Saskia. “Het eerste Nederlandse woord”, Onze Taal, 23 augustus 2004, https://onzetaal.nl/.
Over de auteur
Dit blogartikel werd geschreven door Geert Vancoillie.
Met een passie voor talen, vertalen en ondernemerschap, startte Geert Vancoillie in 1997 zijn vertaalbureau Crealingua op. Met bijna 30 jaar ervaring heeft Geert een schat aan expertise opgebouwd in beëdigde vertalingen, legalisatie en apostillering van bedrijfsdocumenten voor bedrijven, KMO’s en particulieren.
Geert Vancoillie heeft een dubbele academische achtergrond in taal- en letterkunde en bedrijfskunde. Hij is licentiaat Romaanse talen met een specialisatie in Italiaanse letterkunde (KUL) en behaalde ook een MBA aan de Vlerick Business School (UGENT).
Geert Vancoillie staat nog dagelijks met beide benen in de vertaalpraktijk. En heeft sinds 1997 al meer dan 5.000 ondernemers geholpen bij het beëdigd vertalen van belangrijke bedrijfsdocumenten. Hij is zelf een expert beëdigd vertaler erkend door de FOD Justitie.be voor Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans en Italiaans.
Met een uitgebreid netwerk van native vertalers biedt Crealingua.be eveneens beëdigde vertalingen aan in meer dan 40 talen.
Over Crealingua.be
Vertaalbureau Crealingua is een officieel vertaalbureau met beëdigde vertalers erkend door FOD Justitie.be. Crealingua is al sinds 1997 en dus bijna 30 jaar expert in beëdigde vertalingen voor particulieren, bedrijven en de publieke sector. Vertrouwd door meer dan + 5.000 klanten. Met een positieve reviews en een kwaliteitsscore van 9,2 /10.
Vertaalkantoor Crealingua is op vandaag uitgegroeid tot één van de marktleiders in Vlaanderen voor professionele en beëdigde vertalingen van alle documenten en beschikt over een uitgebreid team van:
• Beëdigde vertalers
• Juridische beëdigde vertalers
• Marketing vertalers
• HR-vertalers
• Financiële vertalers
• Technische vertalers